(aanvullende) Isolatie

Het isoleren van een rietenkap, indien goed uitgevoerd, geeft meer comfort en door het dak gaat minder energie verloren. Maar bij het isoleren verschuift het dauwpunt naar binnen. Een verkeerd uitgevoerde isolatie geeft daarom kans op problemen door vochtophoping.
Het meest toegepaste hedendaagse rietdak op een bestaand pand is het schroefdak op een 18mm plaatmateriaal.
Het is relatief goedkoop, heeft een goede brandveiligheid, en een redelijke isolatiewaarde R-waarde ongeveer 1,5.
Wordt een hogere isolatiewaarde verlangd bij een bestaande kap:
Combineer dan het schroefdak met aanvullende isolatie.
Pas een dampremmende folie toe zo laag mogelijk in de constructie en zorg voor een dampdichte, lekvrije afwerking van de folie.
Wordt een grote overspanning en een afgewerkte binnenzijde verlangd:
Combineer het schroefdak met een isolatie paneel.
Zorg voor een luchtdichte, lekvrije afwerking.
Voor nieuwe panden is, i.v.m. de energie-prestatie-norm (EPN), altijd een isolatiepaneel noodzakelijk.

zie ook: GERPAN, brandwerende dakpanelen.
zie ook: ISOBOUW, isolatiepanelen.






Zorg altijd voor een luchtdichte, lekvrije afwerking.
Vermijdt spouwen in de constructie.
Zijn spouwen niet te vermijden (zoals bij een traditionele rietkap op rietlatten gebonden) en wordt hieronder aanvullende isolatie aangebracht, zorg dan voor een dampdichte laag onder de isolatie en breng deze uiterst nauwkeurig aan.
zie ook: Kan ik een bestaand rieten dak na-isoleren? En zo ja, hoe?