Internationaal zijn onze tulpen, kaas, klompen èn molens beeldbepalend voor Nederland.
Nederland is volgens het buitenland het molenland bij uitstek,
omdat de molen het symbool is voor onze voordurende strijd tegen het water.
Voor Nederlanders is Nederland ook hèt molenland omdat de horizon vanouds wordt gedomineerd
door kerktorens en molenwieken.
Vroeger hoorde de windmolen bij die voorzieningen die belangrijk waren om in de dagelijkse behoeften
van de gemeenschap te voorzien. De molen is daarmee een symbool van een gelukkig en geborgen leven.
Het silhouet van een molen in de verte, heeft nog steeds een grote gevoelswaarde.
Het aantal molens wordt
nauwkeurig geregistreerd. Ons kikkerlandje telde amper 100 jaar geleden nog tienduizend molens.
Her en der verspreid in het Hollandse landschap staan nu nog ruim 1200 complete molens als stille getuigen
van de eerste industriële revolutie. De meeste van deze molens zijn nog net als vroeger rietgedekt.
Daarnaast staan er nog talloze stompen, rompen, doofpotten (molenlijven zonder kap)
en peperbussen (molen met kap maar zonder wieken) te wachten op verval, hopend op restauratie.
De eerste industriële monumenten.
De dorpsmolen, als korenmolen, werd onmisbaar in de plaatselijke micro-economie.
In veel dorpen de eerste "industriële inrichting". Hier werd door één bedrijf het graan van-
en voor velen gemalen. Evenals de korenmolen stonden er ook in alle dorpen en steden houtmolens waar van
dik hout planken werden gezaagd.
De poldermolen, als pompinrichting, krijgt de belangrijke taak om ons allemaal veilig en droog te houden.
Poldermolens werden vanaf de vijftiende eeuw in het lage westen en noorden van Nederland gebouwd,
toen bleek dat in het vlakke land natuurlijke lozingen ontoereikend waren voor een natuurlijke afvoer van overtollig water.
Zo ontstond het enkelvoudig poldermodel. Later, toen men echt in het offensief ging tegen het water (om land te winnen)
moest er gepompt worden naar steeds grotere hoogtes.
Meerdere molens werden in serie geschakeld om dit hoogteverschil aan te kunnen, de molen 2, 3, en 4 gangen.
De molen als symbool van the Netherlands (de lagelanden) en van onze strijd tegen het water,
trekt nog steeds honderdduizenden toeristen naar Nederland.
Maar de molen was nog veel meer dan dat.
Molens waren belangrijk, het waren de krachtwerktuigen van gisteren.
Voor de "komst" van de molen werkte de mens alleen met behulp van zijn eigen spierkracht en later ook met dat van dieren.
Ruim tweeduizend jaar geleden kwam de watermolen als (aan)drijvende kracht de mens te hulp.
Pas zo'n kleine duizend jaar geleden, de windmolen, als nieuwe, bijna overal inzetbare, domme, spierloze krachtbron.
In het vlakke Nederland was het met alleen waterkracht ook nooit echt wat geworden.
Molens brachten van alles in beweging: maalstenen, blaasbalgen en hamers voor de smidse,
stampers voor papier, wol of olie, pompen en hijstoestellen.
Na de uitvinding van de moderne krukas met meerdere bochten in 1597 door Cornelis Cornelisz, werd de molen ook geschikt
om met een zaagraam steen en hout te zagen. De windmolen was als aandrijver dan ook overal aanwezig, ja zelfs onmisbaar.
Zonder de houtzaagmolens op de Zaanse Schans geen schepen voor de VOC en geen marine vloot voor Michiel de Ruyter.
In de Zaanstreek alleen al zijn er ooit meer dan 1000 molens gebouwd. Het eerste industrieterrein van Amsterdam!
Verfmolen ‘De Kat’ op de Zaanse Schans is nog steeds de meest bezochte molen ter wereld.
De opkomst van de stoommachine, later dieselmotoren en uiteindelijk elektriciteit, maakte veel molens werkloos.
Het instandhouden van molens lijkt vanzelfsprekend, maar er komt heel wat bij kijken om deze
monumenten te behouden. Gerestaureerde exemplaren hebben regelmatig onderhoud nodig om kostbare opknapbeurten
in de toekomst te voorkomen. Molens trotseren dag in dag uit weer en wind en zijn daardoor kwetsbaar.
De Hollandse molen past in het Hollandse landschap en op locaal niveau in het dorpsbeeld.
"Een plaatje!" kan men zeggen van veel molens (die met riet gedekt zijn).
Het riet moet ongelooflijk strak en vast gebonden zijn, dat is juist bij een molen van groot belang.
De molen staat altijd te schudden en te trillen. Het riet op de romp ligt gelukkig steiler dan op gewone daken.
Het regenwater wordt hierdoor sneller afgevoerd, het dringt minder diep in het riet door.
Daardoor "ligt" het riet op molenlijven zeer lang, tot wel meer dan 100 jaar.
Natuurlijk valt er nog veel meer te weten over molens. U kunt dat o.a. op de volgende website vinden.
zie: www.molens.nl